Meerjarenplan 2015 - 2018

Jaarplan 2015

Vormen van toezicht

Eén van de uitgangspunten van de Inspectie SZW is dat burgers, bedrijven en instanties zelf verantwoordelijk zijn voor het naleven van wet- en regelgeving. Doen zij dat niet? Dan is het de taak van de Inspectie om die burger, dat bedrijf of die instantie weer op het goede spoor te zetten. Daarvoor heeft de Inspectie een groot aantal middelen tot haar beschikking. Bekend is vooral het inspecteren en het rechercheren, maar dat zijn slechts twee voorbeelden. Telkens weegt de Inspectie af welk middel het snelste en beste resultaat geeft.

Bij regelovertreding zet de Inspectie in de meeste gevallen bestuursrechtelijke handhaving in. De Wet aanscherping handhaving en sanctionering SZW-wetgeving (WAHSS) versterkt per 1 januari 2013 die mogelijkheden. De Inspectie gebruikt waar mogelijk deze bestuursrechtelijke middelen. De Inspectie SZW zet strafrechtelijke handhaving in bij de aanpak van strafbare feiten. Strafvorderlijke bevoegdheden zijn noodzakelijk om constructies te ontrafelen, strafbare feiten zichtbaar te maken en te bewijzen, faciliteerders van overtredingen in beeld te krijgen en overtreders financieel aan te pakken. Afhankelijk van de concrete constructie of (georganiseerde) fraude waar de Inspectie op stuit, beoordeelt zij in overleg met het Openbaar Ministerie of de inzet van strafrecht noodzakelijk is.

Om veiligheid en kwaliteit te kunnen garanderen gebruiken sommige bedrijven en branches kwaliteits- en veiligheidssystemen onder eigen verantwoordelijkheid. Met systeemtoezicht bepaalt de Inspectie de opzet, het bereik en de werking van deze zelfregulerende systemen. Eén van de voorwaarden voor deze toezichtvorm is dat bedrijven of branches een direct eigen belang hebben bij het beheersen van de risico’s. De Inspectie zet systeemtoezicht onder andere in bij bedrijven die onder de Brzo-wetgeving vallen.

Horizontaal toezicht is gebaseerd op wederzijds vertrouwen tussen de toezichthouder en de bedrijven of instellingen die onder toezicht staan. De partijen maken hierbij afspraken over de manier waarop ze met elkaar omgaan, bijvoorbeeld in een convenant. Deze vorm van toezicht is vooral effectief in combinatie met instrumenten waarmee de Inspectie druk kan uitoefenen.

Nalevingscommunicatie is het inzetten van communicatie om de naleving van wet- en regelgeving te bevorderen. Een onderdeel hiervan is handhavingscommunicatie: die is specifiek gericht op het vergroten van de subjectieve pakkans. Nalevingscommunicatie werkt op drie niveaus:

  • communicatie over de aanpak en prioriteiten van de Inspectie SZW, via eigen kanalen of media
  • communicatie over wet- en regelgeving en over de instrumenten die de Inspectie inzet
  • communicatie als instrument om gedrag te veranderen, in combinatie met andere instrumenten

Bij druk zetten via ketens richt de Inspectie zich niet op de bedrijven die onder toezicht staan, maar op hun omgeving. Die omgeving bestaat uit andere bedrijven en instanties die een (hiërarchische) keten vormen met het bedrijf. Dat kan dus een gemeente zijn, een opdrachtgever of de hoofdaannemer die bedrijven inhuurt, of een bedrijf met piekarbeid dat zaken doet met een uitzendbureau. Maar ook werknemers van het bedrijf maken deel uit van een keten en kunnen – eventueel georganiseerd via vakbonden – druk uitoefenen op de werkgever. Bijvoorbeeld om arbeidsomstandigheden te verbeteren. Deze vorm van toezicht werkt met name in sectoren waar beroepseer belangrijk is en waar de brancheorganisatie een actieve rol speelt.

Systeemgericht toezicht richt zich op uitvoeringsinstanties die voor specifieke doelen moeten samenwerken. Deze instanties vormen een samenhangend geheel van functionele (keten)relaties. Bij dit type toezicht oordeelt de Inspectie in hoeverre deze partijen effectief bijdragen aan bepaalde kabinetsdoelen met hun gezamenlijke uitvoering. Het stelseltoezicht past de Inspectie SZW toe op het stelsel van sociale zekerheid als ook op het stelsel van certificaatsystemen bij het domein arbeidsomstandigheden. 

Door de risicogerichte aanpak komt de Inspectie SZW vooral bij bedrijven waar sprake is van misstanden of waar sprake is van stelselmatig overtreden van de regels (notoire overtreders). Een enkel bezoek is veelal niet genoeg om de naleving van de arbeidswetten bij deze bedrijven en instellingen op orde te krijgen. Sinds 2013 beschikt de Inspectie over een specifiek recidive-intrumentarium dat ze kan inzetten om bedrijven die bij herhaling de wet overtreden effectief aan te pakken. Hoewel de Inspectie SZW dus niet alle bedrijven kan bezoeken, zal ze bij bedrijven die tijdens de eerste inspectie niet op orde blijken te zijn, terugkomen en een herinspectie uitvoeren. Ze zal hiermee doorgaan waar nodig met steeds zwaardere handhavingsinstrumenten waaronder het stilleggen van de werkzaamheden in verband met recidive. Door inzet van deze nieuwe mogelijkheden zal in de Inspectie de komende tijd meer inspectiecapaciteit inzetten op herinspecties bij bedrijven waarvan eerder is geconstateerd dat zij de arbeidswetten hadden overtreden.