Meerjarenplan 2015 - 2018

Jaarplan 2015

Risicothema: niet optimaal functioneren sociale zekerheidsstelsel

Dit thema heeft betrekking op de uitvoeringsorganisaties en de kwaliteit en het lerend vermogen daarvan. Digitalisering leidt tot een toenemende complexiteit van de dienstverlening voor de klant, die daaraan moet wennen. Maar ook van de eisen aan de samenwerking en gegevensuitwisseling tussen uitvoeringsorganisaties onderling. Daarnaast leggen de verschillende decentralisaties een grote claim op de bestuurskracht. Een ander risico is de stapeling van zowel buitenlandse als Nederlandse uitkeringen, waarbij niet in Nederland bekend is dat er van een stapeling sprake is.


Klik op de bollen voor de risico's.

mate van schade
mate van schade
               
               
               
               
               
               
               
               
zeer kleine kans zeer grote kans
Blootstelling
Omvang risicogroep in aantal mensen
 
< 100.000
100.000 - 500.000
500.000 - 1.000.000
1.000.000 - 5.000.000
> 5.000.000
Kans moeilijk te bepalen op basis van beschikbare gegevens

Risico's

Het is belangrijk dat uitvoerende organisaties hun dienstverlening aanpassen aan op personen met bijvoorbeeld meervoudige problemen of die mogelijk moeite hebben met digitale dienstverlening. Tussen de 1,6 miljoen en 4 miljoen mensen zijn naar schatting niet digitaal vaardig. Wanneer de dienstverlening niet klantgericht is, krijgen sommige klanten mogelijk onvoldoende begeleiding.
Alle uitvoeringsorganisaties erkennen het probleem van cliënten die moeite hebben met digitale dienstverlening, en zij hebben hier aandacht voor.

Het gebruik en de kwaliteit van registraties en basisregistraties blijft een punt van aandacht. Veel van de uitvoeringssystemen zijn op de één of andere manier afhankelijk van de juistheid van deze gegevens. Maar ook van de beslissing van de professional om gebruik te maken van deze gegevens. Werkt het systeem niet, of wordt het niet goed gebruikt? Dan kan dat gevolgen hebben voor bijvoorbeeld de uitkeringsaanvraag, de diagnose voor re-integratie of de overdracht van cliënten.

Het proces bij gemeenten, UWV en SVB is voldoende gericht op de kwaliteit van verzamelde gegevens voor hun eigen wettelijke taak. Het belang van een stelselbrede borging van de kwaliteit van gegevens staat echter op de achtergrond. De uitvoeringsinstanties doen weinig met bijvoorbeeld correctieverzoeken en terugmeldingen.

Belangrijke maatschappelijke taken als maatschappelijke en arbeidsmarktparticipatie, aanvullende inkomensvoorziening, jeugdzorg, dagbesteding/-zorg en woonaanpassingen worden in het kader van decentralisatie aan gemeenten overgedragen. De gemeenten zijn verantwoordelijk voor het uitvoeringsbeleid, de financiering en de uitvoering zelf.

Daarnaast hebben veel gemeenten te maken met schaalvergroting. Het streven is de vorming van gemeenten met minimaal 100.000 inwoners. Hier ligt meteen een relatie met bijvoorbeeld de ontwikkeling van de Werkbedrijven op regionale schaal en de regie op regionaal arbeidsmarktbeleid voor (langdurig) werklozen. Door deze snelle toename in verantwoordelijkheden voor gemeenten kan de uitvoering onder druk komen te staan. Gebreken in de uitvoering kunnen grote gevolgen hebben voor de gebruikers, zeker als het gaat om participatie of gezondheid.