Meerjarenplan 2015 - 2018

Jaarplan 2015

Programma's

De Inspectie SZW heeft de vertaling van risico’s naar de programmering in een aantal beredeneerde stappen gedaan. Dit is een uitdagend proces geweest, omdat er namelijk geen absoluut verband is tussen de hoogte van een risico en de daarvoor benodigde capaciteit. Daar zijn dus geen rekenregels voor. Dat heeft te maken met de zeer gevarieerde problematiek c.q. risico’s, met de vraag hoe effectief je als inspectie kunt zijn met de inzet van verschillende toezichtinstrumenten en de mate waarin andere partijen ingeschakeld zijn of kunnen worden om de kans op feitelijk optreden van belangrijke risico’s te verkleinen.

Beredeneerde stappen
Met een inspectiebrede risicoanalyse en de omgevingsanalyse zijn risico’s in kaart gebracht. Hoe meer hoge en midden risico’s er zijn, des te hoger is de toezichtintensiteit van een programma. Een hoge toezichtintensiteit houdt in dat de Inspectie gebruik maakt van een breed palet van toezichtinstrumenten en/of een intensievere inzet van een bepaald toezichtinstrument. Het gaat dan niet alleen om aantallen inspecties, maar bijvoorbeeld ook om handhavingscommunicatie, druk zetten op ketens en effectmeting. Een lage toezichtintensiteit betekent dat de activiteiten vooral bedoeld zijn om een vinger aan de pols te houden.

De Inspectie kent drie soorten programma’s.

De keuze voor een sectorgericht of themagericht programma is afhankelijk van een aantal factoren. Het gaat bijvoorbeeld om het aantal hoge en midden risico’s en de organisatiegraad binnen de sector van bijvoorbeeld brancheorganisaties en kennisinstituten. Ook of sprake is van specifieke regelgeving, meer themagebonden zoals bij uitbuiting en meer sectorgebonden zoals bij het bouwprocesbesluit. Een andere factor is de samenwerking met andere landelijke of regionale inspectiediensten die ook sectoraal of themagericht werken.

Per programma zet de Inspectie een mix van toezichtinstrumenten en opsporingsonderzoeken in om de risico’s zo effectief mogelijk aan te pakken. Hierbij speelt mee hoe maatschappelijke partijen, zoals brancheverenigingen, zijn georganiseerd en hoeveel invloed zij (kunnen) hebben bij de aanpak van risico’s. Op basis van de interventiemix bepaalt de inspectie de daarvoor benodigde capaciteit.