Meerjarenplan 2015 - 2018

Jaarplan 2015

Onderzoek naar aanleiding van meldingen, signalen, verzoeken

De Directie Opsporing van de Inspectie SZW ontvangt meldingen en signalen uit verschillende bronnen. Vanuit bronnen als Meld Misdaad Anoniem, maar ook vanuit signalen van de eigen Inspectie en andere inspectiediensten. De Inspectie onderzoekt vervolgens of er een vermoeden van strafbare feiten uit naar voren komt. Het Openbaar Ministerie bepaalt in overleg met de Inspectie of zij een opsporingsonderzoek start, waarbij strafvorderlijke bevoegdheden mogen worden ingezet.

Deze bevoegdheden zijn soms noodzakelijk om constructies te ontrafelen, normovertredingen zichtbaar te maken en te bewijzen. Voorwaarde daarbij is altijd dat aan relevante strafvorderlijke voorwaarden is voldaan voordat strafvorderlijke bevoegdheden kunnen worden ingezet. Om te voorkomen dat misdaad loont is afpakken van crimineel vermogen een speerpunt. In dat geval wordt naast het strafrechtelijke onderzoek ook een financieel onderzoek ingesteld met als doel het wederrechtelijk verkregen voordeel te ontnemen.

Met het Openbaar Ministerie spreekt de Inspectie jaarlijks af welk (richtinggevend) percentage van de opsporingscapaciteit op welke thema’s wordt ingezet. De Inspectie wil daarbij de inzet van opsporingscapaciteit ook koppelen aan de programmatische aanpak. Daarom is de directie Opsporing van de Inspectie SZW aangehaakt bij een groot aantal sector- en themagerichte programma’s, inclusief een apart programma Uitbuiting. De Inspectie kan dan opsporing gericht inzetten op die plekken waar het naleving effectiever kan afdwingen of om fenomenen aan te tonen. 

Bedrijven en instellingen zijn wettelijk verplicht om ongevallen te melden die leiden tot ziekenhuisopname, blijvend letsel of overlijden. De Inspectie onderzoekt deze ongevallen. Indien er uit het onderzoek blijkt dat er een causaal verband is tussen het ongeval en de overtreding van de arbeidswetgeving treedt de inspectie SZW handhavend op.

De Inspectie onderzoekt ook alle gemelde ongevallen en incidenten bij Brzo-bedrijven. Het Besluit risico’s zware ongevallen (Brzo) verplicht bedrijven die met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen werken om extra risicobeperkende maatregelen te nemen.

Eenmaal per jaar analyseert de Inspectie alle ongevallen die zij heeft onderzocht. De Inspectie gebruikt die analyse om meer te weten te komen over oorzaken van ongevallen in de verschillende sectoren. Deze kennis wordt gebruikt bij de risicoanalyse.

De Inspectie ontvangt duizenden meldingen, klachten en signalen over mogelijke overtredingen van de Arbowet, de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) en de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (WML). Bij signalen van mogelijke illegale arbeid of onderbetaling stelt de Inspectie selectief controles in. Een deel van deze controles neemt zij mee in de lopende programma’s en interventieteams; een ander deel van de signalen wordt zelfstandig onderzocht. De signalen kunnen ook leiden tot strafrechtelijke opsporing of doorgegeven worden aan collega-inspectiediensten.

Bij klachten en signalen over de arbeidsomstandigheden maakt de Inspectie een afweging van de ernst van de mogelijke overtredingen. Klachten en signalen waarbij er een vermoeden is van een zware of ernstige overtreding worden onderzocht.  Indieners van (niet-anonieme) klachten krijgen informatie over de bevindingen en afhandeling.
 
Tot slot krijgt de Inspectie veel wettelijk verplichte meldingen. Het gaat daarbij vooral om voorgenomen asbestsaneringen, biologische agentia en duikarbeid.

De Inspectie behandelt verzoeken voor ontheffingen op de volgende gebieden:

  • permanente nachtarbeid, kinderarbeid
  • het werken met vluchtige organische stoffen
  • het gebruik van bijzondere liften
  • het niet hebben van een Nederlands deskundigheidsbewijs kraanmachinisten.

Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet werk en bijstand (WWB). Zij krijgen een budget van het Rijk om WWB-uitkeringen te verstrekken. Als er tekorten op dit budget ontstaan, zijn die in eerste instantie voor rekening van gemeenten zelf. Soms komt een gemeente met zo’n tekort echter in aanmerking voor een aanvullende uitkering. Voor een incidenteel tekort is er de ‘incidentele aanvullende uitkering’ (IAU), voor een structureel tekort de ‘meerjarige aanvullende uitkering’ (MAU). Gemeenten vragen deze uitkeringen aan bij de toetsingscommissie WWB.

De commissie adviseert de minister van SZW over de toekenning van aanvullende uitkeringen. Om verzoeken om een MAU te beoordelen, schakelt de toetsingscommissie de Inspectie SZW in. De Inspectie onderzoekt de mogelijke oorzaken van de overstijging van de kosten. Ze beoordeelt ook de maatregelen waarmee het college overstijgingen in de toekomst wil voorkomen.