Meerjarenplan 2015 - 2018

Jaarplan 2015

Ontwikkelingen

De Inspectie SZW heeft een analyse gedaan van relevante ontwikkelingen en is zich ervan bewust dat de hiervoor gebruikte gegevens op het moment van publicatie in sommige gevallen gedateerd zijn.

Economische ontwikkelingen 
Na jaren van crisis zet de economische groei mondiaal (voorzichtig) door. In sommige EU-landen is er groei. Tijdens de crisis is de werkloosheid gestegen. Vooral onder jongeren was de werkloosheid hoog. Ook is het aantal WWB- en WW-uitkeringen tijdens de crisis flink gestegen. De productie nam in een aantal sectoren, waaronder de bouw, substantieel af.

Sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen
Individualisering van de samenleving is al jaren een duidelijke trend in Nederland. Kijk naar het toenemend aantal eenpersoonshuishoudens. De netwerksamenleving breidt zich steeds meer uit en de overheid treedt terug. Individuen participeren nadrukkelijker in wisselende netwerken, waaraan ook waarden en normen worden ontleend. De rol van de overheid ligt met name in regie voeren,  toezicht houden, sancties opleggen en waar nodig uitval voorkomen. Tegelijkertijd daalt het vertrouwen van de burger en ondernemers in de overheid.

Flexibilisering van de arbeidsmarkt
De laatste jaren is het stelsel van arbeidsverhoudingen flink gewijzigd. Dit is een gevolg van de steeds verdere flexibilisering van de arbeidsmarkt. Sturing op goede arbeidsvoorwaarden wordt daarmee complexer. 
De groei van flexibele arbeid komt vooral door de toename van het aantal zzp’ers en het aantal werknemers met een tijdelijk contract. Meer traditionele vormen van flexibele arbeid, zoals uitzend-, oproep- en invalwerk, zijn in aandeel redelijk stabiel gebleven. 
Ook Oost-Europese arbeidskrachten zorgen voor deze groei.  Er is sprake van een toenemende ongelijkheid in bestaanszekerheid tussen flexwerkers en werknemers met een vast dienstverband. Dan denkt de Inspectie aan moeilijkere toegang tot onder andere (voorzieningen voor) hypotheekverstrekking, kredietverlening, pensioenopbouw en sociale zekerheid. 

Arbeidsmigratie
Als gevolg van de uitbreiding van de EU geldt voor een grote groep burgers vrij verkeer van werknemers en diensten. Of het aandeel migranten in Nederland zal blijven groeien zoals dat in het afgelopen decennium heeft plaatsgevonden, valt op dit moment niet te voorspellen. Voor zover de Inspectie SZW dat kan waarnemen zijn arbeidsmigranten voornamelijk werkzaam in arbeidsintensieve sectoren zoals de land- en tuinbouw, horeca, transport en schoonmaak. Hun kwetsbare positie verhoogt het risico op onderbetaling, illegale tewerkstelling en fraude. 

Op 1 januari 2014 zijn de grenzen opengesteld voor werknemers uit Roemenië en Bulgarije. Mogelijk leidt dit tot extra migratie. Daarmee kan er druk ontstaan op de beloning op de arbeidsmarkt en op de positie van laag- en middelgeschoolde werknemers. Zeker als migranten akkoord gaan met mindere arbeidsvoorwaarden. In situaties waarin werkemers in een kwetsbare positie verkeren en er naast onderbetaling en slechte arbeidsomstandigheden ook nog sprake is van vormen van dwang, kan sprake zijn van arbeidsuitbuiting. Het ministerie van SZW onderzoekt de gevolgen van extra arbeidsmigratie. 

Arbeid en gezondheid
Uit recente cijfers van het CBS blijkt dat het aantal arbeidsongeschiktheidsuitkeringen is gedaald naar 817.000 in juni 2013. De helft van de gevallen betreft psychosomatische aandoeningen. 
In 2012 ondervonden 478.000 werknemers schade door een arbeidsongeval. Dat aantal is al 5 jaar vrij stabiel. Veel klachten zijn van fysieke aard, maar het aantal psychosociale klachten neemt wel toe, onder andere door hoge werkdruk. 
Verder blijkt dat laagopgeleide jongere werknemers (25-30 jaar) een grote kans (1 op 6) hebben op burnoutklachten. Daarnaast wordt verwacht dat het ziekteverzuim zal toenemen vanwege meer oudere werknemers die langer doorwerken en omdat de leeftijd, waarop men verwacht met pensioen te gaan, stijgt. Onderzoek wijst uit dat werknemers in de toekomst volop gebruik gaan maken van deeltijdpensioen en dus deels blijven doorwerken na hun 65/67ste jaar.

Vergrijzing en migratie
De trend van vergrijzing en ontgroening zet door. De bevolkingsprognose van het CBS gaat er vanuit dat de bevolking van 15 tot 65 jaar tot 2040 blijft krimpen. Werkgevers maken zich zorgen over de vergrijzing binnen hun bedrijf. UWV heeft dit eind 2012 onderzocht: 45% van de werkgevers ziet de opvang van vergrijzing als grootste uitdaging voor de komende jaren. De trend naar krimp van de beroepsbevolking wordt beïnvloed door de verhoging van de AOW-leeftijd naar 67 jaar en de mogelijke verdere koppeling van de AOW-leeftijd aan de levensverwachting.

Digitalisering in de uitvoering
Het maatschappelijk draagvlak voor aanpak van fraude is groot. Digitalisering biedt mogelijkheden voor handhaving. Bijvoorbeeld door bestandskoppeling. Dit stelt ook eisen aan de beveiliging van gegevens. Uit onderzoek blijkt dat gemeenten hiervoor onvoldoende aandacht hebben. Aan de andere kant blijken cliënten niet of nauwelijks op de hoogte te zijn van hun rechten als het gaat om inzage en bescherming van hun eigen gegevens. 
Digitalisering van de dienstverlening stelt ook eisen aan de burger. Zeker voor laagopgeleiden en ouderen kan digitalisering van de dienstverlening een extra drempel zijn. De overheid gaat er vanuit dat bij de dienstverlening van UWV maximaal 10% van de klanten nog behoefte heeft aan persoonlijke dienstverlening. 

Decentralisatie
Per 1 januari 2015 worden drie grote decentralisaties in het sociaal domein doorgevoerd. Hierdoor krijgen gemeenten meer taken bij de uitvoering van de Jeugdwet, de WMO 2015 en de Participatiewet. Bij het toezicht op dit sociaal domein zijn meerdere rijksinspecties (Jeugdzorg, Gezondheidszorg, Veiligheid en Justitie, Onderwijs en SZW) betrokken, die gezamenlijk zullen optrekken.

Rol overheid, toezicht en Inspectie SZW
De overheid wordt steeds kleiner en kan niet meer overal aanwezig zijn. Burgers en bedrijven worden gestimuleerd meer eigen verantwoordelijkheid te nemen. Overheden moeten de taken waarop ze zich blijven richten zo efficiënt mogelijk uitvoeren. Kostenverlaging voor bedrijven, instellingen en burgers speelt hierbij een rol.  Binnen de samenleving veranderen en variëren de heersende normen. Voor de rijksoverheid betekent dit dat die grenswaarden moet stellen en bewaken. Daarin blijft de overheid overigens terughoudend. Aan de andere kant lijkt de maatschappij te vragen om minder gedogen en meer toezicht houden. De overheid kan echter niet alle risico’s afdekken en richt zich dan ook op de ernstigste risico’s. 

De wet- en regelgeving op het terrein van het ministerie van SZW is sterk in beweging. Dit heeft ook gevolgen voor de Inspectie SZW. Daarnaast zorgt nieuwe jurisprudentie soms voor de noodzaak om wetgeving aan te passen.
Met ingang van 1 januari 2013 geldt de Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW- wetgeving (Wahss) en maken de in deze wet opgenomen regels integraal onderdeel uit van de arbeidswetten. Met deze wet zijn de sancties op overtredingen en fraude binnen het domein van SZW fors aangescherpt. Tijdens de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel is aan de Tweede Kamer toegezegd dat de wet zou worden geëvalueerd. Deze evaluatie zou kunnen leiden tot aanpassingen van de wet.

Nieuwe wetgevingstrajecten die gevolgen hebben voor de Inspectie SZW zijn bijvoorbeeld:

  • De Wet houdende modernisering regelingen voor verlof en arbeidstijden (32855).
  • Wijziging van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag in verband met het van toepassing verklaren van die wet op nader bepaalde overeenkomsten van opdracht. (33623) 
    • Mogelijke aanpassing van de WML naar aanleidingvan jurisprudentie van onder meer de Rechtbank Den Haag. Het gaat om uitspraken over de handhaving van structureel meerwerk, verrekeningen en vrijwilligerswerk. Bij de uitspraken over de handhaving van verrekeningen en vrijwilligerswerk is het ministerie van SZW in hoger beroep gegaan. Voor wat betreft het structureel meerwerk is inmiddels in hoger beroep op 7 mei 2014 uitspraak gedaan. De Raad van State heeft op dat punt de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
  • Wet van 25 november 2013 inzake herziening van de Wet arbeid vreemdelingen: het is wenselijk de Wav te herzien en aan te scherpen in verband met ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en in bedrijven en versterking van de uitvoering en handhaving (33475).
  • Aanpassing van de beleidsregel Waadi teneinde de hoogte van de boete te reduceren.
  • De Wet Aanpak schijnconstructies (Was). Naast de aanpak van schijnconstructies is in deze wet ook de wettelijke basis voor het openbaar maken van inspectiegegeves geregeld.
  • Regels inzake de gemeentelijke ondersteuning op het gebied van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen en opvang (Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, 33841).
  • Wet basisregistratie personen en Aanpassingswet basisregistratie personen: gemeentelijke basisregistratie (GBA) persoonsgegevens te moderniseren, de regelgeving te vereenvoudigen en de mogelijkheid te verruimen om gegevens op te nemen over niet-ingezetenen voor wie de Nederlandse overheid taken vervult en dus nieuwe regels te stellen over de basisregistratie personen ( 33219 en 33555).

Belangrijke wijzigingen van AMvB’s met gevolgen voor de Inspectie SZW:

  • Het aan de Seveso III richtlijn aangepaste Brzo. Deze brengt een verplichting met zich mee om inspectiegegevens bij Brzo-bedrijven openbaar te maken. Verder kan de richtlijn gevolgen hebben voor het aantal te inspecteren Brzo-bedrijven. Inspectie SZW zal bezien in hoeverre de beschikbare capaciteit voldoende is om aan de richtlijn te voldoen.
  • De aanpassingen van het Arbobesluit als gevolg van de nieuwe grenswaarden asbest.
  • Aanpassing ARIE-regeling.