Meerjarenplan 2015 - 2018

Jaarplan 2015

Bedrijfsvoering

De Inspectie SZW organiseert haar werkzaamheden steeds meer in programma’s en projecten. De medewerkers werken daarbij samen over de grenzen van de directies heen. Deze samenwerking en wederzijdse afhankelijkheden vragen om heldere verantwoordelijkheden en duidelijke sturing op het proces. De Inspectie SZW maakt een omslag van resultaatgericht sturen in een lijnorganisatie naar sturen op het hele toezichtproces; van voorbereiden, uitvoeren tot en met rapporteren.

Formatie
In de periode 2013 – 2018 daalt de formatie van de Inspectie SZW  als gevolg van de taakstellingen op het aantal ambtenaren. De formatie is echter ook tijdelijk en structureel uitgebreid voor de aanpak van schijnconstructies en gefingeerde dienstverbanden. In opdracht van het ministerie van VWS doet de Inspectie de komende jaren onderzoek naar fraude in de zorg. Ook hiervoor is de formatie uitgebreid.  

Ontwikkeling Formatie Inspectie SZW

2013 2014 2015 2016 2017 2018
Formatie SZW-taken 1.119 1.100 1.090 1.084 1.068 1.024
Formatie VWS-taken* 27 41 52 52 52 52
Totaal 1.146 1.141 1.142 1.135 1.119 1.076

* De Inspectie SZW verzorgt in opdracht van het ministerie van VWS de opsporing van fraude met persoonsgebonden budgetten en declaratiefraude.

Uitgaven
Het totale budget voor de Inspectie SZW wordt voor 2015 begroot op € 97,0 miljoen.  Verreweg het grootse deel hiervan vormen de personeelskosten. Overige kosten zijn voor huisvesting, ICT, materieel en dienstreizen. 

Uitgaven Inspectie SZW (bedragen * € miljoen)

realisatie
2012
realisatie
2013
prognose
2014
prognose
2015
  97,3 95,6 95,8 97,0

* Dit is het budget exclusief ICT-budget en bijdrage uit het handhavingsprogramma 2015; besluitvorming hierover moet nog plaatsvinden.

Om goed te kunnen inspelen op maatschappelijke ontwikkelingen en veranderende risico’s is een wendbare organisatie nodig, die steeds de juiste kennis en kunde in huis heeft. Ook de manier waarop de Inspectie haar werk doet heeft invloed op de benodigde kennis en vaardigheden van de medewerkers. Denk hierbij aan een grotere nadruk op gedragsbeïnvloeding als vorm van toezicht en aan het steeds meer internationaal opereren.

Het meerjarenplan laat zien wat de koers is van de Inspectie voor de komende jaren. De Inspectie hecht er belang aan dat de competenties van de medewerkers aansluiten bij de ambities. De Inspectie maakt hiervoor een strategische personeelsplanning. Dit leidt tot een meerjarige HRM-agenda voor managers en medewerkers. Ook vitaliteit en duurzame inzetbaarheid zijn speerpunten in de HRM-agenda. De koers van de Inspectie is het uitgangspunt bij de werving en selectie van nieuwe medewerkers.

In 2015 krijgen bij het strategische HRM-beleid zowel de interne arbeidsmarktontwikkelingen als externe omgevingsfactoren specifiek aandacht. Gedacht moet worden aan onderwerpen als de veranderende manier van onderzoeken en inspecteren binnen Opsporing en AMF, de ontwikkeling van toenemend project- en programmamatig werken, de personele consequentie door het verschuiven van capaciteit over de directies heen, vergrijzing, weglekkende kennis door uitstroom en ontwikkelingen op de externe arbeidsmarkt.

Met haar informatiestrategie wil de Inspectie SZW beheerst, flexibel en efficiënt vormgeven aan vernieuwing met het oog op de doelstellingen van de Inspectie SZW. Dat gebeurt vanuit een solide basis van continuïteit en veiligheid.

Bij het verbeteren en vernieuwen van haar informatiesystemen sluit de Inspectie aan bij (rijks)brede trajecten. Het gaat bijvoorbeeld om het harmoniseren van primaire processen van een aantal rijksinspecties. De Inspectie kiest voor standaardisatie en uniformering en maakt gebruik van shared service centers binnen de overheid, zoals DICTU en SSC-ICT. Daarbij wil de Inspectie SZW flexibiliteit behouden om te kunnen inspelen op specifieke wensen vanuit de organisatie.

Naast interne informatie ontsluit de Inspectie SZW ook steeds meer basisregistraties, registraties van partnerorganisaties en internetbronnen. Dit is essentieel voor de inspectie-, toezicht- en opsporingsactiviteiten. Het is ook nodig om de ambities te realiseren voor risicogestuurd werken, effectmeting, signalering en resultaatgericht sturen.

De rijksoverheid wil in 2017 een volledig digitale dienstverlening aan burgers bieden. Ook wil de rijksoverheid dat burgers en bedrijven dezelfde gegevens nog maar één keer bij één instantie hoeven aan te leveren. De Inspectie SZW is hierin al ver en werkt daarnaast aan verbeteringen bij het verwerken en analyseren van meldingen. In lijn met de rijksbrede ambities voor digitale dienstverlening worden hulpmiddelen als het asbestvolgsysteem en de zelfinspectietools doorontwikkeld en waar mogelijk gekoppeld aan bredere initiatieven, zoals de berichtenbox voor bedrijven en het ondernemingsdossier.

Met het ontwikkelen van apps voor inspecteurs en rechercheurs zorgt de Inspectie SZW dat zij steeds meer op locatie kunnen inzien en afhandelen. De Inspectie zet in op het gebruik van social media, zowel reactief (om te zien wat er leeft en gebeurt) als actief (om nalevingsgedrag van doelgroepen te beïnvloeden).

In de bedrijfsvoering ligt de nadruk de komende jaren op uitbreiding van de ICT-ondersteuning op het gebied van planning en managementinformatie.

De Inspectie heeft in 2014 een evaluatie uitgevoerd naar de vorming van de Inspectie per 2012. Op de volgende onderwerpen zijn ontwikkelopdrachten geformuleerd:

  • risicoanalyse en programmering
  • signalering
  • progammatisch en projectmatig werken
  • resultaatgerichte sturing
  • leren en ontwikkelen
  • openbaar maken inspectiegegevens
  • leiderschap
  • kennis

In 2015 zal de verhuizing van het ministerie van SZW plaatsvinden. Dit betekent gezamenlijke huisvesting in de Resident met het ministerie van VWS. Dit betekent brede invoering van nieuwe gedeelde werkplekconcepten. Aansluitend op de rijksbrede ontwikkelingen zal de huisvesting en het werkplek gebruik ook in de regionale vestigingen verder worden gemoderniseerd.

De Inspectie SZW heeft de afgelopen jaren geïnvesteerd in risicogericht en programmatisch werken om de aandacht te richten op de aanpak van notoire overtreders en misstanden. 
Deze aanpak leidt tot een verlegging van de inzet van inspectiecapaciteit op werkgevers die bewust de regels omzeilen en ernstige overtredingen begaan. 

Inspectiebreed blijkt dat het opleggen van zware instrumenten als hoge boetes of stilleggingen een tegenreactie van bedrijven oproept. Het zicht wordt in toenemende mate belemmerd door complexe fenomenen waaronder schijnconstructies. Het kost steeds meer tijd om deze complexe fenomenen te ontrafelen en te doorgronden. De juridische procedures die gevoerd moeten worden zijn omvangrijker en betekenen een toenemende druk op de tijd die besteed moet worden aan de zaken. Bij de inzet van handhaving kost het voor de medewerkers van de Inspectie meer tijd om de aangetroffen situatie juridisch zorgvuldig vast te leggen en de bewijsvoering rond te krijgen. Zaken hebben daarbij een evident langere doorlooptijd en er is meer capaciteit voor nodig.

In het afgelopen jaar zijn er door de rechtbank en Raad van State uitspraken gedaan over de handhaving van de WML. Ook zal het Europees Hof binnenkort een uitspraak doen in relatie tot de Wav. Door deze gerechtelijke uitspraken hebben inspecteurs minder instrumenten om ongewenste praktijken aan te pakken en kost het meer tijd om bewijsvoering rond te krijgen.

In 2015 legt de Inspectie de focus op notoire overtreders door zwaar in te zetten op het herinspecteren van bedrijven waarbij in de afgelopen periode een overtreding is geconstateerd. 
Dat zal bij herhaalde overtreding betekenen dat conform de Wahss aanzienlijk hogere boetes kunnen worden opgelegd. Omdat we bij het herinspecteren van overtredingen steeds vaker geconfronteerd worden met agressie en geweld of intimidatie kiest de Inspectie ervoor om herinspecties met minstens twee inspecteurs uit te voeren. Dat betekent een extra druk op de productie.

Voor 2015 betekent het dat we over de gehele linie de productie lager ramen dan in 2014 vanuit de focus op notoire overtreders, ernstige misstanden en schijnconstructies. De externe onzekerheden vanuit toenemende juridisering, gerechtelijke uitspraken en lopende procedures op aanpassing regelgeving maken dat de Inspectie ervoor kiest de productie voor 2015 in een bandbreedte te plannen. Omdat de onzekerheden op het gebied voor de productie Arbeidsmarktfraude het grootst zijn, wordt in de raming daar relatief de grootste bandbreedte gehanteerd.

Ten slotte is het toekomstige toezichtmodel op de gedecentraliseerde regelingen in het sociaal domein nog niet vastgesteld. Dit kan eventueel in 2015 nog consequenties hebben voor de formatie en productie van de Inspectie.

 

Kerncijfers handhaving

Realisatie
2013
Begroting
2014
Prognose
2014
Begroting
2015
Aantal inspecties en onderzoeken arbeidsomstandigheden 17.944 17.500 17.500 16.000-17.000
Percentage actieve  inspecties waarbij overtreding arbeidsomstandigheden is vastgesteld  66 60 62 62
Aantal inspecties en onderzoeken binnen bedrijven die vallen onder het besluit risico’s en zware ongevallen 1999 (Brzo) 447 445 426 380-420
Aantal inspecties Wav, WML of Waadi* 4.930 5.300 4.000 4.000-5.000
Percentage inspecties waarbij overtreding Wav, WML of Waadi is vastgesteld 24 27 20 20
Programmarapportages Werk en Inkomen 6 7 7 7
Overige producten Werk en Inkomen 21 13 20 20
Opsporing: Aantal afgeronde opsporingsonderzoeken SZW-domein** 67 63 63 56
Opsporing: Aantal bij het OM aangemelde verdachten SZW-domein 181 130-160 160 120-160
Opsporing: Vastgesteld nadeel (miljoen €) SZW-domein 34,5 34,9 35 35
Opsporing: Aantal afgeronde opsporingonderzoeken VWS-domein**       10-14
Opsporing: Aantal bij het OM aangemelde verdachten VWS-domein       25-35
* De genoemde onzekerheden met betrekking tot de productie Arbeidsmarkt in 2015 spelen ook in 2014. Daarom is de prognose van de realisatie van het aantal inspecties Wav,WML of Waadi in 2014 geraamd in een bandbreedte van 3.600 - 4.400 zaken.
** In 2014 is het cijfer van het aantal afgeronde opsporingscijfer opgenomen inclusief het aantal opsporingsonderzoeken in het VWS-domein. Voor 2015 zijn deze opsporingsonderzoeken naar declaratiefraude en zorgfraude op het VWS-domein apart geraamd.

2015 is het laatste jaar waarin de taakstelling van het kabinet-Rutte I gerealiseerd dient te worden. Bij de raming van de activiteiten voor 2015 houdt de Inspectie rekening met de invloed van de taakstelling waardoor de Inspectie ultimo 2015 160 fte minder menskracht beschikbaar heeft.  De (toenmalige) minister van SZW heeft in zijn brief aan de Tweede Kamer van 14 maart 2011 uitgelegd dat de taakstelling op het SZW domein ook gevolgen zou hebben voor de taakuitvoering door de Inspectie SZW. Bij de argumentatie is destijds een aantal aannames en uitgangspunten geformuleerd. Hieronder geeft de Inspectie kort weer hoe zij invulling heeft gegeven aan deze uitgangspunten, de geldigheid van de aanames en wat de invloed is geweest op de omvang van de activiteiten.

Illegale tewerkstelling

Uitgangspunt:
Doordat meer overtredingen bestuursrechtelijk worden afgedaan en door het vrij verkeer van MOE-landers is het mogelijk te besparen op de opsporingscapaciteit.
Invulling:
De voorziene verschuiving van de strafrechtelijke afdoening naar bestuursrechtelijke afdoening heeft in zoverre geleid tot besparing dat het werk zich binnen de Inspectie heeft verplaatst en de onderzoeken voor de directie AMF relatief omvangrijker en complexer zijn geworden. De impact van de taakstelling is dat er jaarlijks 3 á 4 opsporingsonderzoeken minder zijn uitgevoerd.


Uitkeringsfraude

Uitgangspunt:
Het aantal melding van uitkeringsfraude van het UWV aan de Inspectie was achtergebleven waardoor een besparing op de opsporingscapaciteit mogelijk is.
Invulling:
De reductie van het aantal opsporingsonderzoeken naar uitkeringsfraude is in zoverre gerealiseerd dat de onderzoeken naar kleinschalige fraude zijn afgebouwd. Onderzoeken naar grootschalige fraudeconstructies zijn onder invloed van de zo genoemde businesscase met het UWV voor 2014 juist geïntensiveerd.


Oneerlijke beloning

Uitgangspunt:
De bewijsvoering voor het vaststellen van een overtreding van de WML en het vaststellen van het benadeelde bedrag zijn bewerkelijk. Door wijziging en vereenvoudiging van de wetgeving kan met minder capaciteit gehandhaafd worden.
Invulling:
Op het gebied van het tegengaan van oneerlijke beloning is onder de WML de situatie nog steeds zo dat de bewijsvoering complex en bewerkelijk is. Het aanbod van zaken waarbij mogelijk sprake is van overtreding van de WML is door de jaren echter vrij constant. De reductie van de beschikbare capaciteit is derhalve te koste gegaan van de tijd en aandacht die aan de handhaving van de WAV, Waadi en ATW. De Inspectie schat daarmee de impact van de taakstelling op gemiddeld  500 à 600 zaken per jaar.


ARIE

Uitgangspunt:
De handhaving van de ‘nationale kop’ op de Europese regelgeving bij bedrijven die werken met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen (de Aanvullende Risico-inventarisatie en -Evaluatie, ARIE) wordt gestaakt.
Invulling:
De minister heeft de kamer toegezegd de ARIE-plichtige bedrijven mee te nemen in het regulier toezicht op de arbeidsomstandigheden. Dit wordt niet meer door de directie MHC uitgevoerd. Waar de Inspectie risico’s ziet bij deze bedrijven worden deze meegenomen bij controles door de directie Arbo.


Selectiever onderzoek arbeidsomstandigheden

Uitgangspunt:
De Inspectie SZW zal selectiever onderzoek doen naar bedrijfsongevallen, klachten of tips over arbeidsomstandigheden en het aantal prioritaire sectoren waar onderzoek wordt gedaan terugbrengen in aantal.
Invulling:
De Inspectie heeft minder onderzoeken gedaan binnen de prioritaire sectoren. De Inspectie heeft ondanks deze reductie de omvang van het totaal aantal actieve inspecties redelijk op peil weten te houden.  De reductie van het aantal onderzoeken op het gebied van inspecties naar aanleiding  van klachten en signalen is gerealiseerd. Dit werd geraamd op circa 250 onderzoeken. De reductie van het aantal onderzoeken naar aanleiding van ongevallen is weerbarstiger gebleken. Ondanks maatregelen om binnen de bestaande onderzoeksplicht de meldingen strenger te selecteren en de afhandelingstijd te bekorten, is de omvang van de inspanningen op dit terrein niet afgenomen.


Intensiveringen
Tijdens de periode waarin de taakstelling van het kabinet-Rutte I gerealiseerd dient te worden, heeft de Inspectie ook middelen gekregen voor intensivering van de activiteiten op een aantal terreinen. Dit betrof:

  • De aanpak van malafide uitzendbureaus (AMU, 7 fte). De financiering was beschikbaar in 2013 en 2014. Een deel van de werkzaamheden is opgenomen in de reguliere planning.
  • De aanpak van gefingeerde dienstverbanden samen met het UWV (13 fte, van 2014 t/m 2017)
  • De aanpak van grote constructies uitkeringsfraude (9 fte in 2014)
  • Sociaal Akkoord Team (‘Schijnconstructies’, 35 fte in 2015, looptijd van 2014 tot 2017)

Tot slot voert de Inspectie in opdracht van de minister van VWS opsporingsonderzoek uit naar declaratiefraude in de Zorg en fraude met pgb-gelden (vanaf 2014, voor 2015 en later jaren 51 fte).